Kinderarmoede

In het project 'Veilige Kindertijd' trokken CEBUD en Welzijnszorg Kempen met subsidies van de provincie Antwerpen een proces op gang waarin zes Kempense pilootgemeenten een beleid opzetten om kinderarmoede te voorkomen en te bestrijden. Centraal in deze trajecten stond de integrale aanpak en de betrokkenheid van lage-inkomensgezinnen.

Volgens cijfers van Kind en Gezin wordt bijna 8% van de kinderen uit ons arrondissement geboren in een kansarm gezin. Dat is een verdubbeling ten opzichte van tien jaar geleden. Grote uitschieter is Turnhout waar bijna één kind op vijf in een kansarm gezin geboren wordt.

Armoede bij kinderen is een complex fenomeen en de bestrijding ervan vergt een integrale aanpak. Kinderarmoede tast het welzijn en de psychosociale ontwikkeling van het kind aan. Armoede heeft ook een impact op de lange termijn, als het kind volwassen is.

In september 2014 gaf de provincie Antwerpen het startschot voor het project ‘Veilige kindertijd’. In dit project trokken CEBUD en Welzijnszorg Kempen een proces op gang waarin zes Kempense pilootgemeenten een lokaal beleid opzetten om kinderarmoede te voorkomen en te bestrijden, namelijk Beerse, Geel, Meerhout, Retie, Turnhout en Vorselaar. Centraal in deze trajecten stond de planmatige en integrale aanpak en de betrokkenheid van lage-inkomensgezinnen.

Tijdens een inspiratienamiddag op 29 mei 2017 boden de 6 steden en gemeenten hun kennis en ervaringen aan ter inspiratie van anderen.

Hieronder vindt u de presentaties van de studiedag: 

De ervaringen in de pilootgemeenten bundelde Cebud in een roadmap voor het opzetten en uitvoeren van een lokaal beleid ter bevordering van de maatschappelijke participatie van gezinnen met kinderen.

We hopen dat ze ook andere lokale besturen zal inspireren en ondersteunen bij de planning, uitvoering en evaluatie van een eigen kinderarmoedebestrijdingsbeleid. Ze kan worden gebruikt als leidraad, niet als kant-en-klaar receptenboek. De concrete voorbereiding en uitvoering van een kinderarmoedebestrijdingsbeleid verschilt immers van gemeente tot gemeente en hangt samen met factoren als de omvang en de ernst van de kinderarmoede, de breedte van het lokale welzijnsveld, het aantal organisaties dat zich mee achter dit beleid schaart en de lokale bestuurskracht.

Wat we alvast leerden van alle pilootgemeenten is dat je als lokale overheid ambitieus moet zijn in de bestrijding van armoede bij gezinnen met kinderen, want dat loont.